Staffordshire bull terrier kennel

Expandmenu Shrunk


Castratie Reu/Teef

NADELEN VAN VROEGE CASTRATIE BIJ HONDEN

Drs. Amanda van Grondelle, dierenarts, verbonden aan WHG Westerhuis Kliniek voor Gezelschapsdieren, Dalwagen 29c, 6669 CA Dodewaard; T 0488-410040; www.whgdierenartsen.nl

N.B. Onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen in- zichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

Inleiding

Steeds vaker worden honden op jonge leeftijd al gecastreerd. Met ‘jong’ bedoel ik voor de leeftijd van 6 maanden. Deze trend komt voornamelijk overwaaien uit de USA, waar om redenen van geboortebeperking dit beleid flink gestimuleerd wordt. Voor alle duidelijkheid: met ’castratie’ wordt hier bedoeld het verwijderen van de testikels of de eierstokken. Als ik het over gecastreerde honden heb, dan heb ik het dus zowel over reuen als teven. Voor meer uitleg over de termen castratie en sterilisatie is het nuttig om het artikel uit onze bibliotheek over castratie en sterilisatie bij honden te lezen.  

Nog afgezien van het feit dat er misschien wel sowieso teveel honden worden gecastreerd, zijn er in ieder geval nogal wat bezwaren tegen castratie op jonge leeftijd. Er zijn althans aanwijzingen dat we op zijn minst voorzichtig en kritisch moeten zijn en blijven bij het volgen van dergelijke trends. In onderstaand artikel zet ik de bezwaren voor u op een rij.

Urogenitaal Apparaat

Het vroeg castreren van reuen en teven leidt tot relatief onderontwikkelde uitwendige geslachtsdelen, zoals de penis en de vulva. Dit kan ontstekingen van de voorhuid en de huid rond de vulva tot gevolg hebben. Door uitgebreid wetenschappelijk onderzoek is tevens aangetoond dat het vroeg castreren van teven, maar hoogst waarschijnlijk ook van reuen een grotere kans op de zogenaamde castratie onzindelijkheid met zich meebrengt.

Bewegingsapparaat

De geslachtshormonen die worden geproduceerd in de eierstokken (teef) of testikels (reu) van de hond spelen een belangrijke rol bij de groei. Zo is in een aantal studies aangetoond dat bij vroege castratie de botten langer doorgroeien dan bij een intacte hond of een hond die op latere leeftijd gecastreerd wordt. Een hond die op jonge leeftijd gecastreerd wordt, zal dus langere maar lichtere botten krijgen. Het is niet zo moeilijk om te bedenken dat dit soort structurele veranderingen in de bouw van het skelet ook gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van het bewegingsapparaat. Er is zelfs een onderzoek gedaan in Texas, waaruit zou blijken dat gecastreerde honden (overigens wordt hier niet gekeken naar de leeftijd waarop de castratie wordt uitgevoerd) een grotere kans op een voorste kruisbandlaesie zouden hebben. En de kans op de ontwikkeling van heupdysplasie zou vergroot zijn ten gevolge van het op vroege leeftijd castreren van honden. Of deze studies daadwerkelijk valide genoeg zijn om deze conclusies te trekken, durf ik te betwijfelen. Maar dat vroeg castreren invloed heeft op de groei van het skelet is wetenschappelijk bewezen en dat dit mogelijk het ontstaan van bepaalde aandoeningen aan het bewegingsapparaat bevordert, is zeker niet ondenkbaar!

Tumoren

Een teef die vóór de 2e loosheid gecastreerd wordt, heeft een veel kleinere kans op het ontwikkelen van tumoren in de melkklieren op latere leeftijd in vergelijking met een intacte teef of een teef die op latere leeftijd wordt gecastreerd. Maar wat betreft de invloed op het ontwikkelen van andere tumoren horen we andere, minder positieve geluiden met betrekking tot het vroeg castreren van honden. Zo zou de kans op het voorkomen van een haemangiosarcoom (een relatief veel voorkomende tumor die o.a. voorkomt in het hart en de milt bij honden) groter zijn bij gecastreerde honden dan bij niet gecastreerde honden. Er zijn twee studies waaruit blijkt dat (vroeg) gecastreerde honden meer kans hebben op het ontwikkelen van botkanker (osteosarcoom). Op zich niet zo gek, want we wisten al dat bij honden(rassen) die (extreem) groot zijn vaker botkanker voorkomt en vroeg castreren zorgt ervoor dat een hond langer doorgroeit en dus veel groter wordt!
Er is ook gerede twijfel of het castreren van reuen, op welke leeftijd dan ook, de kans op het ontstaan van prostaatkanker verkleint. Door sommige mensen wordt dit gunstige effect van castreren echter wel geclaimd. Dit betekent overigens niet dat castratie van een reu met een bestaand chronische prostaatproblemen (ontsteking, vergroting, etc.) zinloos is!

Gedrag

Veel hondeneigenaren denken dat hun hond rustiger en veel gemakkelijker wordt in de omgang na een castratie. Dit is echter niet zo zwart/wit als de meeste mensen wel denken! Bepaalde vormen van ongewenst gedrag, waaronder vooral angst gerelateerde problemen zouden juist vaker voorkomen bij (vroeg) gecastreerde honden vergeleken met intacte honden. Vooral bij reuen met een angstig en onzeker karakter kan castratie mijns inziens leiden tot regelrechte angstagressie. Ook op latere leeftijd schijnt er verschil te zijn in de achteruitgang van de cognitieve functies (dementieachtige verschijnselen) tussen gecastreerde reuen en intacte reuen.

Schildklier

Een gecastreerde hond wordt sneller te dik, dat weet bijna iedereen. Mogelijk heeft dat iets te maken met de verminderde werking van de schildklier na castratie. In ieder geval is aangetoond, dat castratie de kans op een te traag werkende schildklier duidelijk vergroot!

Conclusies

Of het vroeg castreren van honden daadwerkelijk de kans op kruisbandletsels vergroot is mijns inziens niet helemaal duidelijk. Het wel of niet ontstaan van een kruisbandletsel is van zoveel factoren afhankelijk, dat er bij een onderzoek naar het verschil in frequentie van voorkomen van kruisbandletsels bij gecastreerde versus niet gecastreerde honden al snel verkeerde conclusies getrokken kunnen worden als niet al deze factoren worden meegewogen in het oordeel. Het zou dan ook niet juist zijn om op grond van dergelijke onderzoeken het vroeg castreren van honden volledig te veroordelen. Er zijn echter redenen genoeg om, als we gewoon logisch redeneren, aan te nemen dat het op jonge leeftijd castreren van honden nogal wat gevolgen heeft voor de ontwikkeling van een hond. Zowel op het lichamelijke als op het psychische vlak. 
En laten we het vraagstuk eens van de andere kant bekijken: is het nou echt zo´n probleem om even te wachten met een eventuele castratie? Er zijn, denk ik, maar weinig mensen die een loopse teef echt niet uit de buurt van een reu kunnen houden gedurende een periode van 3 weken.
De boodschap die ik wil overbrengen is dan ook deze: Zie het castreren van uw hond niet als iets dat ’zo hoort’ of als iets wat u hoe dan ook moet laten doen. Overweeg goed wat de voordelen en nadelen zijn van het castreren van uw hond en als u besluit om uw hond te laten castreren, doe het dan niet te vroeg! Wacht in ieder geval tot de hond uitgegroeid en uit ontwikkeld is, zowel op het lichamelijke als op het psychische vlak.
Pas dan is de keus ook weloverwogen en bewust te maken denk ik.

*****************************************************************************************************************************************************************

 

Feiten en fabels over castratie en sterilisatie

 

Feiten en fabels over castratie en sterilisatie 

De Amerikaanse dierenarts, Mw. Laura Sanborn, publiceerde in maart 2007 de resultaten van een onderzoek dat zij verrichtte naar de effecten van steriliseren en castreren van honden. Overal ter wereld raden dierenartsen hondeneigenaren aan over te gaan tot sterilisatie/castratie (* waar in dit artikel over castratie wordt gesproken, wordt sterilisatie van teven en castratie van reuen bedoeld) van hun hond omdat dit beter voor zijn gezondheid zou zijn. Het is maar zelden dat de dierenarts de eigenaar op eventuele nadelige gevolgen van de ingreep wijst. Mw. Laura Sanborn zocht de hele veterinaire literatuur af naar publicaties over dit onderwerp. In de meeste artikelen werd achteraf gekeken naar de gevolgen van de castratie maar in enkele artikelen kwam zij ook onderzoek naar gevolgen op de langere termijn tegen. Het werd haar al gauw duidelijk dat castratie voor- en nadelen heeft voor de gezondheid van de hond en dat er eigenlijk nog veel te weinig over dit onderwerp bekend is.Over het algemeen kan worden gesteld dat er geen dwingende reden is om vanuit het oogpunt van gezondheid reuen te castreren, vooral niet als het gaat om nog jonge reuen. In tegendeel, castreren op jonge leeftijd lijkt aanzienlijk meer nadelen dan voordelen te hebben. Voordelen van castratie van de reu kunnen zijn:·      Het risico op testikelkanker wordt met iets minder dan 1% verkleind;·      Het risico op niet aan kanker gerelateerde prostaatproblemen wordt verkleind;·      Het risico op peri-anale fistels wordt verkleind;·      Het risico op diabetes wordt misschien verkleind.De gegevens hierover zijn echter niet doorslaggevend; Als nadelen van de castratie van de reu kunnen worden genoemd:·      Verhoogd risico op botkanker bij castratie op jonge leeftijd;·      Verhoogd risico op harttumoren;·      Verdrievoudigd risico op hypothyroïdie;·      Verhoogd risico op geriatric cognitive impairment, dat wil zeggen achteruitgang van het waarnemingsvermogen op oudere leeftijd;·      Verdrievoudigd risico op vetzucht met alle daaraan verbonden gezondheidsproblemen;·      Verviervoudigd risico op prostaatkanker;·      Verdubbeld risico op kanker van de urinewegen;

·      Verhoogd risico op schadelijke reacties op vaccinaties .

 Bij teven is de situatie iets ingewikkelder. Het aantal voordelen van sterilisatie kan in sommige gevallen, maar niet alle, groter zijn dan de nadelen. In het algemeen kan worden gesteld dat het voordeel afhangt van de gezondheid en de leeftijd van de teef en het risico op rasgebonden ziektes. Voordelen van sterilisatie van de teef  kunnen zijn:·      Aanzienlijke verlaging van het risico op mammatumoren mits voor de leeftijd van 2,5 jaar gesteriliseerd;·      Het risico op pyometra, dat bij ongeveer 23% van de niet gesteriliseerde teven voorkomt, wordt praktisch uitgesloten;·      Het risico op peri-anale fistels wordt verkleind;·      Het heel kleine risico, minder dan of gelijk aan 0,5%, op tumoren van de baarmoeder, baarmoederhals en eierstokken wordt uitgesloten. Als nadelen kunnen worden genoemd:·      Indien sterilisatie plaats vindt voordat de teef volwassen is, is er verhoogd risico op botkanker (osteosarcoma)·      Verhoogd risico op hemangiosarcoma van de milt en sterk verhoogd risico op hemangiosarcoma van het hart;·      Verdrievoudigd risico op vetzucht met alle daaraan verbonden gezondheidsproblemen;·      Sterilisatie-incontinentie bij 4 tot 20% van alle teven;·      Verhoogd risico op steeds terugkerende ontstekingen aan urinewegen;·      Verhoogd risico op afwijkingen aan de vulva, vaginale dermatitis en vaginitis, vooral bij teven die op zeer jonge leeftijd zij gesteriliseerd;·      Verdubbeld risico op tumoren aan de urinewegen;·      Vergroot risico op botafwijkingen;·      Vergroot risico op schadelijke reacties op vaccinaties.Eén ding is duidelijk: veel van de beschikbare informatie over castratie en sterilisatie is niet sluitend en bevat conclusies die overtrokken zijn of niet door feiten worden gestaafd. Hiermee is de eigenaar niet geholpen en ontstaan er op den duur alleen maar meer misverstanden over de effecten van castratie van honden.Het castreren op zeer jong leeftijd van zes maanden en het castreren van oudere honden lijkt de honden bloot te stellen aan gezondheidsrisico’s die vermeden hadden kunnen worden als zou zijn gewacht met de castratie totdat de hond volwassen is of – in het geval van reuen – als er gewoon van was afgezien. De risico’s  op langere termijn zullen per hond verschillen. Het advies om alle huishonden te castreren, lijkt niet te worden ondersteund door de bevindingen in de veterinaire literatuur.

 Prostaatkanker

Algemeen wordt gepropageerd dat castratie het risico op prostaatkanker vermindert of uitsluit. Dat klopt wel bij mannen, omdat prostaatkanker bij mannen is gerelateerd aan testosteron. Maar er zijn geen bewijzen gevonden dat dit ook voor honden opgaat. Sterker nog, de feiten bewijzen juist het tegendeel. Recente onderzoeken met controlegroepen, waarvan één in Europa en één in Amerika, toonden aan dat gecastreerde reuen een vier keer zo groot risico hadden op prostaatkanker dan ongecastreerde reuen.De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat castratie de ontwikkeling van prostaatcarcinomen niet doet ontstaan, maar de groei ervan wel beïnvloedt. Het relatief weinig voorkomen van prostaatkanker bij complete reuen duidt er op dat testikelhormonen bescherming bieden tegen carcinomen van de urinewegen of indirect effect hebben op de ontwikkeling ervan omdat zij de omgeving van de prostaat veranderen.Omdat prostaatkanker zelden, minder dan 0,6%, bij honden voorkomt, mag het risico op prostaatkanker geen factor zijn om tot castratie over te gaan.

 Testikelkanker

 Aangezien bij castratie de testikels worden verwijderd, wordt met de castratie ieder risico op testikelkanker weggenomen, ervan uitgaande dat er geen sprake was van kanker vóór de castratie. Er moet derhalve een vergelijking worden gemaakt bij complete reuen.Circa 7% van de oudere reuen krijgt testikeltumoren. De prognose is echter zeer gunstig door het lage aantal metastasen, zodat testikelkanker zelden een doodsoorzaak is. Uit onderzoek is gebleken dat minder dan 1% van de honden met testikelkanker eraan overlijdt. Dit lage percentage rechtvaardigt derhalve castreren op jonge leeftijd niet.Een uitzondering kan worden gemaakt voor één-  of tweezijdig cryptorchide reuen, omdat testikels die in de buikholte zijn achtergebleven 13,6 keer meer kans geven op de ontwikkeling van tumoren dan ingedaalde testikels.Het is bovendien moeilijker  om tumoren van niet ingedaalde testikels tijdens routineonderzoek te ontdekken.

 Osterosarcoma (botkanker)

Uit een onderzoek bij een groot aantal rassen bleek dat het risico op botkanker bij gecastreerde reuen en teven tweemaal zo groot is als bij complete honden. Verder werd aangetoond dat de kans op botkanker is gerelateerd aan de leeftijd waarop de hond werd gecastreerd. Hoe jonger de hond bij castratie, hoe meer kans op botkanker.Bovendien werd ontdekt dat het risico op botkanker toeneemt naarmate het een groter ras betreft. Gezien de slechte prognose voor botkanker en het veelvuldig voorkomen ervan in veel rassen, wordt het castreren van nog onvolgroeide honden van middelgrote, grote en zeer grote rassen geassocieerd met een duidelijk en verhoogd risico op overlijden ten gevolge van botkanker. 

Mammatumoren (borstkanker)

Mammatumoren zijn de meest voorkomende tumoren bij complete teven. Volgens een Noorse studie vormen mammatumoren 53% van alle kwaadaardige tumoren bij teven.En 50 tot 60% van de mammatumoren is kwaadaardig en er is aanzienlijk risico op metastasen. Uit onderzoek blijkt dat het risico op het ontwikkelen van mammatumoren bij gesteriliseerde teven afhankelijk is van het aantal loopsheden dat de teef had vóór de sterilisatie.Had de teef nog geen loopsheid vóór haar sterilisatie dan is het risicopercentage 0.005%.Had zij twee of meer loopsheden vóór de sterilisatie, dan is het risicopercentage 0,26%. Uit een andere rangschikking van deze gegevens blijkt dat bij een sterilisatieleeftijd jonger dan 29 maanden het risicopercentage 0,06% is en bij een sterilisatieleeftijd van ouder dan 30 maanden 0,40%. Het risico voor complete teven is 1%.Boxers, Amerikaanse Cocker Spaniels en Dashonden blijken rassen te zijn met een verhoogd risico op mammatumoren. Rashonden hebben een groter risico dan niet-rashonden en dat geldt ook voor rashonden met een hoog inteeltcoëfficiënt.Het steriliseren van teven verkleint het risico op mammatumoren aanzienlijk en hoe minder het  aantal loopsheden was voor de sterilisatie, hoe lager het risico. 

Kanker van de voortplantingsorganen (baarmoeder- cervix- en eierstokkanker

Baarmoeder- en cervixtumoren komen zelden voor bij honden. Sterilisatie zal het risico wegnemen maar het risico is zo gering (0,5%) dat het een sterilisatie om deze reden niet rechtvaardigt.

 Urinewegkanker (blaas- en urethra-kanker)

Uit een studie bleek dat gecastreerde reuen en teven twee keer zo vaak kanker kunnen ontwikkelen aan de lagere urinewegen (de blaas/urethra) dan complete honden. Deze tumoren zijn bijna altijd kwaadaardig, maar komen niet vaak voor. Het is 1% van alle tumoren bij de honden. Dit risico zal dus bij het besluit om te castreren niet zwaar wegen. 

Hemangiosarcoma

Hemangiosarcoma is een veel voorkomende vorm van kanker bij honden. Bij een onderzoek werd ontdekt dat gesteriliseerde teven 2,2 keer meer kans maken op hemangiosarcoma va de milt, dan complete teven.Een onderzoek naar hemangiosarcoma van het hart laat zien dat gesteriliseerde teven een vijf keer groter risico lopen dan complete teven en gecastreerde reuen een 1,6 keer groter risico dan complete reuen.De onderzoekers wijzen op het beschermende effect van geslachtshormonen, met name bij teven. 

Hypothyroïdie

Onderzoek toont aan dat gecastreerde honden driemaal zo groot risico op hypothyroïdie hebben vergeleken met complete honden. Hypothyroïdie ij honden veroorzaakt zwaarlijvigheid, lusteloosheid, haarverlies en afwijkingen aan de voortplantingsorganen. 

Zwaarlijvigheid

Door veranderingen in het metabolisme hebben gecastreerde reuen meer last van zwaarlijvigheid dan complete honden. Een onderzoek toont aan dat het risico op zwaarlijvigheid bij gesteriliseerde teven twee keer zo groot  is als bij complete teven. Bij reuen lag de factor zelfs op drie.Zwaarlijvigheid of overgewicht kan tal van gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals scheuren van de belangrijkste gewrichtsbanden, afwijkingen van lagere urinewegen afwijkingen in de mond . Bij zwaarlijvige honden kan eerder hyperthyroïdie, diabetes mellitus, pancreatitis, scheuring van de gewrichtsbanden en neoplasia (tumoren) worden vastgesteld. 

Diabetes

Sommige onderzoeken laten zien dat castratie van reuen de kans op diabetes verdubbelt. Er werd geen verband tussen diabetes en steriliseren gevonden.

Ongewenste reacties op vaccinaties

Een groepsonderzoek naar ongewenste reacties op vaccinaties bij honden inclusief allergische reacties, netelroos, anafylaxie, hartstilstand, cardiovasculaire shock en plotselinge dood werd verricht.Hieruit bleek dat ongewenste reacties 30% meer kans hadden zich voor te doen bij gesteriliseerde teven en 27% meer kans bij gecastreerde reuen. 

Urogenitale problemen

Urine-incontinentie komt bij gesteriliseerde teven regelmatig voor. Het kan direct na de operatie optreden of na een periode van één of meerdere jaren.Het risicopercentage is 4 tot 20% vergeleken met 0,3% bij complete teven. Urineverlies is zo sterk gerelateerd aan sterilisatie dat het meestal sterilisatie-incontinentie wordt genoemd. Het wordt veroorzaakt door een slechte werking van de sluitspier van de urineleider. De meeste , maar niet alle, gevallen kunnen goed met medicijnen worden behandeld. In veel gevallen moet de behandeling gedurende het hele leven van de teef worden volgehouden.Uit een onderzoek bleek dat aanhoudende of  steeds terugkerende blaasontstekingen drie tot vier keer vaker voorkomen bij gesteriliseerde teven. Uit een ander onderzoek bleek dat teven die voor de leeftijd van vijfeneenhalve maand  werden gesteriliseerd 2,76 keer meer kans hadden om blaasontsteking te krijgen dan teven die na die leeftijd werden gesteriliseerd. Afhankelijk van de leeftijd waarop de teef wordt gesteriliseerd, kan sterilisatie leiden tot abnormale ontwikkeling van de uitwendige geslachtsorganen. Bij gesteriliseerde teven werd een verhoogd risico op afwijkingen van de vulva, vaginale dermatitis, vaginitis en blaasontsteking gevonden.Dit risico wordt groter wanneer de teef voor haar pubertijd wordt gesteriliseerd. 

Pyometra

Uit gegevens van ziektekostenverzekeringen in Zweden, waar sterilisatie heel ongebruikelijk is, bleek dat 23% van alle teven voor de leeftijd van tien jaar pyometra krijgen. Teven die nooit pups hebben gehad, hebben een verhoogde kans op pyometra, of wel baarmoederontsteking.Pyometra wordt meestal operatief maar ook wel met medicijnen behandeld; 4% van de honden overlijdt eraan. Dit feit, in combinatie met het voorkomen van pyometra leidt tot de conclusie dat ongeveer 1% van alle complete teven zal overlijden aan pyometra.

Peri-anale fistels

Reuen ontwikkelen twee maal zo vaak peri-anale fistels dan teven. Gecastreerde honden hebben een verminderde kans op peri-anale fistels 

Niet-kankerachtige afwijkingen aan de prostaat 

De kans op goedaardige hypertrofie, een vergrote prostaat, neemt met het ouder worden van de reu toe en doet zich voor bij 80% van de complete reuen van vijf jaar en ouder.In de meeste gevallen veroorzaakt een vergrote prostaat geen problemen, maar soms heeft de hond moeite met de ontlasting en de urinelozing.Castratie zal een prostaatprobleem voorkomen. Wanneer de castratie geschiedt nadat de prostaat is vergroot, zal de prostaat betrekkelijk snel kleiner worden. Een vergrote prostaat is gerelateerd aan ander problemen met de prostaatklier, zoals infecties, abcessen en cysten die soms heel ernstige gevolgen kunnen hebben. 

Orthopedische problemen

Uit een onderzoek bij Beagles bleek dat na het verwijderen van de eierstokken, wat dus bij een sterilisatie gebeurt, meer gevallen van vormverandering van het bekken optraden. Dit kan een verhoogd risico op heupdysplasie na sterilisatie doen vermoeden. Ook werd ontdekt dat sterilisatie een netto verlies van botmassa in de ruggenwervels veroorzaakte.Castratie van onvolgroeide honden vertraagt de sluiting van de groeischijven in botten die nog steeds groeien.Hierdoor worden deze botten aanzienlijk langer dan bij complete honden die op volwassen leeftijd werden gecastreerd.Aangezien de groeischijven zich niet allemaal op hetzelfde moment sluiten, kan sterilisatie op jonge leeftijd leiden tot onnatuurlijke lichaamsverhoudingen, wat mogelijk van invloed kan zijn op het functioneren en de duurzaamheid van de gewrichten.Castratie op een leeftijd van 5,5 maanden of jonger kan leiden tot 70% groter risico op heupdysplasie in vergelijking met honden die na die leeftijd werden gecastreerd. De onderzoekers menen dat het mogelijk is dat de toename in botlengte die ontstaat door een vroegtijdige sluiting van groeischijven, veranderingen teweegbrengt  in een gewricht, hetgeen zou kunnen leiden tot de diagnose heupdysplasie.

Geriatric cognitive impairment 

Gecastreerde honden hebben, in vergelijking met complete reuen, een verhoogd risico op geriatric cognitive impairment, of wel achteruitgang van het waarnemingsvermogen op oudere leeftijd.Er waren niet voldoende complete oudere teven beschikbaar om hun risico te bepalen. De achteruitgang van het waarnemingsvermogen op oudere leeftijd uit zich in disoriëntatie in huis of buiten, verandering in de sociale omgang met baas en gezinsleden, onzindelijk worden en veranderingen in het slaap/waakpatroon. De onderzoeker merkte op dat deze conclusie overeenkomt met het onderzoek dat wordt gedaan naar de neuro-productieve rol van testosteron en oestrogeen op celniveau en de rol van oestrogeen bij het voorkomen van Alzheimer bij vrouwen.Verwacht zou kunnen worden da oestrogeen eenzelfde beschermende functie heeft bij complete teven. Helaas waren er te weinig complete teven voor het onderzoek beschikbaar om deze stelling te bewijzen. 

Conclusies

De objectieve studie van beschikbare literatuur door mw. Laura Sanborn laat zien dat de invloed die castratie van honden op de lange duur heeft, niet eenvoudig is vast te stellen.De feiten tonen aan dat er zowel gunstige als ongunstige effecten zijn. Ook blijkt hoe weinig we er eigenlijk nog over weten.Bij afweging blijkt dat het niet duidelijk aantoonbaar is dat castratie van reuen problemen in de toekomst voorkomt.Het aantal nadelen van castratie is in de meeste gevallen groter dan de voordelen.Bij teven ligt het ingewikkelder. Het  aantal voordelen van sterilisatie zou in de meeste, maar niet alle,  gevallen groter kunnen  zijn dan de nadelen.De vraag of sterilisatie de kansen op een goede gezondheid vergroot of verkleint, hangt waarschijnlijk af  van de leeftijd waarop de teef wordt gesteriliseerd en van de verschillende rasgebonden afwijkingen.Castratie van honden die jonger zijn dan zes maanden lijkt de honden bloot te stellen aan onnodige risico’s.Wachten tot de hond lichamelijk volgroeid is en – in geval van de reu – helemaal afzien van castratie tenzij er een medische noodzaak is, zou onnodige risico’s kunnen voorkomen. 

Afweging

De afweging van de voor- en nadelen van castratie en sterilisatie zullen per hond verschillen.

Er is in de literatuur geen draagvlak gevonden voor algemene aanbevelingen voor alle honden.



Comments are closed.