Staffordshire bull terrier kennel

Expandmenu Shrunk


Outcross

 

Outcross

of (uit)kruising wil zeggen dat men twee dieren aan elkaar paart die geen onderlinge verwantschap hebben in de laatste 4 generaties.
Wel kan het zo zijn dat één of beide dieren zelf afkomstig zijn uit een lijnteelt of een inteeltparing.
Outcross, het zogenaamde verse bloed dat nodig is om een lijn of ras gezond te houden, is onmisbaar in de fokkerij.
Er zijn verschillende redenen om outcross toe te passen.
Soms is het nodig om bepaalde eigenschappen die in een inteelt of lijnteelt in de fokkerij geslopen zijn kwijt te raken.
Daarvoor gebruikt men outcross.
De uitkomsten van een outcross zijn minder voorspelbaar,
maar kan vaak prima resultaten geven en zeker in een eerste generatie veel goede exemplaren voortbrengen.
Eigenschappen wat betreft gezondheid, vruchtbaarheid  en nestgrootte kunnen worden bevorderd.
Recessieve eigenschappen kunnen minder snel tot uiting komen,
maar dat hangt mede af van de veelvuldigheid van het voorkomen van de genen die deze (ongewenste) eigenschappen veroorzaken.
Als beide dieren een aantal gelijke recessieve eigenschappen bezitten, dan zullen ook deze eigenschappen naar voren komen.
Ook hier geldt: de goede én de slechte eigenschappen!
Outcrossen zonder de eigenschappen van beide dieren te kennen, betekent niet automatisch dat men zonder risico kan fokken.
Kennis van zaken ligt aan de basis van iedere gezonde fokkerij,
ongeacht welke manier van fokken er wordt toegepast.
Bij outcross worden dieren met elkaar gekruist die elkaar compenseren met betrekking tot specifieke eigenschappen.

 

Inteelt

Het is belangrijk een nauw omschreven definitie te hebben van het begrip inteelt.
Men gaat er van uit dat inteelt een paring is van twee honden die nauwer met elkaar verwant zijn de gemiddelde dieren binnen een ras.
Paringen van vader/dochter, moeder/zoon, halfbroer/halfzuster of grootvader/kleindochter vallen onder het begrip inteelt.
Men kan er van uit gaan dat bij honden die binnen vier generaties geen gemeenschappelijke voorouders hebben er geen sprake is van inteelt.
Paringen met minder verwante dieren worden gezien als lijnteelt.
Hoewel bepaalde resultaten sneller zullen worden verkregen met inteelt en een bepaald doel eerder zal worden bereikt,
kan inteelt ook gevaarlijker zijn. Niet alleen de goede, maar ook de ongewenste eigenschappen zullen intensiever naar buiten treden.
Ook geldt dat bij een succesvolle inteelt de lijnteelt minder succesvol kan zijn.
Hoe nauwer de verwantschap van de honden, des te hoger is de graad van inteelt en des te groter het risico dat de fokker neemt.
De meeste ongewenste genen zijn recessief en blijven over het algemeen verborgen.
Bij inteelt wordt de kans dat deze genen aan de oppervlakte komen aanzienlijk vergroot, met alle gevolgen van dien.
Dit geldt voor de goede én voor de ongewenste eigenschappen.
Komen de goede eigenschappen sterk naar voren, dan is er niets aan de hand en is de inteelt succesvol.
Maar wat als het ziekten betreft? Een gebitsfout of cryptorchidie behoort niet eens tot de meest ernstige afwijkingen,
maar bedenk dat ziekten zoals hartafwijkingen, epilepsie of andere akelige eigenschappen, maken dat het voltallige nest een kort of ziekelijk leven is beschoren.
Inteelt maakt dat de dieren meer homozygoot dan heterozygoot worden, maar het veroorzaakt eveneens dat bepaalde eigenschappen eronder kunnen lijden.
Eigenschappen zoals levensvatbaarheid en voortplanting zijn hiervan een voorbeeld.
Inteelt vergroot de kans op minder grote nesten, dus een mindere vruchtbaarheid.
Ook het sterftecijfer onder de pups is hoger.
Het zelfde geldt voor een algemene afname van weerstand tegen ziekten; een afname van lichaamsgrootte en ook verandering van gedrag kan plaatsvinden.
Eigenschappen die het ras qua bouw en type bevorderen, kunnen door inteelt worden vastgelegd en dus het ras ten goede komen;
echter onder de voorwaarde dat men inteelt op voorouders die in deze opzichten uitmuntend waren,
van wie bekend is dat ze geen kwalijke eigenschappen doorgaven en uitmuntende nakomelingen hebben gegeven.
De nadruk kan er niet sterk genoeg op worden gelegd: inteelt brengt risico’s met zich mee en naarmate de inteelt sterker is wordt het risico groter.

 

Lijnteelt

Lijnteelt houdt in dat we fokken met dieren die minder aan elkaar verwant zijn dan bij inteelt.
Bijvoorbeeld een verwantschap in de derde of vierde graad.
Uiteindelijk komen beide manieren van fokken overeen en er is slechts een verschil in gradatie.
De risico’s bij lijnenteelt zijn minder groot, maar ook hier kunnen recessieve problemen zich op elk niveau voordoen.
Lijnteelt moet slechts worden toegepast met zeer goed verervende dieren en via goede voorouders.
Men moet er voor waken dat het geen lijnteelt wordt,
waarbij zoveel honden tegelijk betrokken zijn dat de uiteindelijke doelstelling tegenstrijdig wordt en men door de bomen het bos niet meer kan onderscheiden.
Door gelijke types met elkaar te paren zullen de nakomelingen bij lijnteelt steeds meer op elkaar gaan lijken.
Door een goede kennis van de afstamming en de eigenschappen van de voorouders, kan lijnteelt succesvol uitpakken.
Het is van belang een programma van lijnteelt door te zetten totdat er succes wordt geboekt of totdat zich duidelijke problemen gaan voordoen.
Ligt het doorzetten van lijnteelt niet in de planning dan is deze manier van fokken nutteloos en is het niet de moeite waard om de risico’s aan te gaan.
Ook hier geldt dat kennis van het ras, de eigenschappen van het ras en de individuele betrokken honden onmisbaar is.

 

 



Comments are closed.