Vaccinatie

 

Nieuw vaccinatiebeleid

 

 

Vaccinatie is aan veranderingen onderhevig

 

Het is zonder twijfel een feit dat het vaccineren tegen infectieziekten in de afgelopen decennia veel ellende bij honden heeft voorkomen. Met name hondenziekte en parvo-virus komen dankzij het vaccinatiebeleid niet tot nauwelijks meer voor. Echter, de opvatting dat vaccineren alleen maar positieve effecten heeft en dus geen nadelige gevolgen, staat de laatste jaren ter discussie, evenals de opvatting dat uw hond jaarlijks zijn vaccinatie moet krijgen.

Nieuw vaccinatiebeleid
Steeds vaker komen de volgende standpunten uit de wetenschappelijke wereld naar voren:

Jaarlijkse vaccinatie is onnodig
Dat komt omdat vaccins de vorming van antistoffen tegen besmettelijke ziekten stimuleren en deze antistoffen blijven jaren in het systeem, waarschijnlijk het hele leven. Het enige wat de jaarlijkse vaccinatie doet, is het inbrengen van virussen die worden uitgeschakeld door de reeds uit de eerder gegeven vaccinatie opgebouwde antistoffen;
er vindt dus geen aanvullende bescherming plaats.
 
Vaccins zijn niet onschadelijk. Bijwerkingen en nadelige gevolgen kunnen worden beperkt door onnodige vaccinaties te mijden.

Jaarlijkse vaccinatie onnodig?
Mensen zijn voor vele ziekten waartegen zij in hun kindertijd zijn gevaccineerd hun hele leven lang immuun. Waarom zou ditzelfde niet gelden voor dieren?
Men heeft dit getest op honden, die men vaccineerde tegen rabiës, parvo, kennelhoest en hondenziekte en stelde ze na een aantal jaren bloot aan de deze virussen. De dieren bleven gezond. Vele jaren na de vaccinatie deed men nog een meting van de hoeveelheden antistoffen in het bloed van de honden en men concludeerde dat de deze hoeveelheden voldoende waren voor het voorkomen van de ziekten.

De laatste tijd komt zelfs steeds meer de mening naar voren dat het eens per drie jaar vaccineren van honden nog teveel van het goede is. Reden hiervoor is dat ook in dit geval de in het lichaam aanwezige antistoffen het virus in het vaccin uitschakelen en er dus niet meer antistoffen geproduceerd worden. De richtlijn van eens in de drie jaar vaccineren wordt gezien als een concessie van de wetenschap, ten opzichte van de dierenartsen die een hoop inkomsten moeten missen wanneer men hun huisdier niet meer jaarlijks laten vaccineren.

Vaccineren kan nadelige gevolgen hebben
Immuunsysteem
De laatste jaren wordt het steeds duidelijker dat vaccinaties een negatief effect kunnen hebben op het immuunsysteem.
Er zijn gevallen bekend van dermatitis en conjunctivitis (bindvliesontsteking).

Maagdarmproblemen
Wetenschappers beweren dat het levend virusvaccin de veroorzaker is van het de ziekte van Crohn (chronische darmontsteking). Ontstekingen van het maagdarmkanaal zouden een bijverschijnsel van het vaccineren zelf zijn, niet van een bepaald soort vaccin.

Overgevoeligheidsreacties
Er zijn meldingen van de volgende reacties van honden op vaccinaties: rusteloosheid, overgeven, diarree en kortademigheid. In sommige gevallen zou het uiteindelijk zelfs tot bewusteloosheid en dood leiden.

Tumoren
Steeds vaker moet worden vastgesteld dat op de plek van een vaccinatie zich een tumor ontwikkeld. De tumoren ontstaan door het gebruik van geïnactiveerde entstoffen (dode entstof). Door een chronische ontstekingsreactie op de plaats van de enting, wat wordt veroorzaakt door het adjuvans (toegevoegde stof, die de werking van het vaccin ondersteunt), kunnen bepaalde type tumoren, ook wel fibrosarcomen genoemd, ontstaan. Vanwege het risico van het ontstaan van fibrosarcomen zijn er dierenartsen in Amerika begonnen met het enten in de staart of een achterpoot, met het argument dat deze lichaamsdelen geamputeerd kunnen worden indien er een fibrosarcoom ontstaat. Helaas lijkt het erop dat niet alleen de geïnactiveerde vaccins kunnen leiden tot fibrosarcomen, maar ook levende entingen en entstoffen van Rabiës.

Wetenswaardigheden over vaccinaties
De diergeneeskunde (ook de alternatieve diergeneeskunde) kan tegen een aantal agressieve virusziekten zoals hondenziekte en parvo niets doen op het moment dat de ziekte uitbreekt en er onvoldoende immuniteit bij de hond bestaat.

De preventieve werking van vaccinaties is wetenschappelijk bewezen. 

Een vaccinatie beschermt niet altijd 100 %. Een voorbeeld daarvan is de enting tegen niesziekte bij de kat. 

Vaccinaties belasten de weerstand van een dier. Een homeopathische behandeling werkt bijvoorbeeld na een vaccinatie minder goed.

Vaccinaties kunnen nadelig werken op het immuunsysteem van een hond. Na een vaccinatie wordt in een klein aantal gevallen chronische storingen van de luchtwegen en het maagdarm kanaal waargenomen.

Bepaalde kwaadaardige tumoren en bloedziekten worden steeds vaker in verband gebracht met vaccineren.

Het is niet uitgesloten dat reacties op vaccinaties nog niet als zodanig worden herkend.
We zien het niet of we brengen het niet in verband met de vaccinatie.

Ziekten tengevolge van het vaccineren (vaccinoses) kunnen niet altijd met succes worden behandeld.

Met beleid vaccineren
Het vaccineren van uw hond is dus niet zomaar even een prikje halen.
Er moet goed nagedacht worden over welke vaccinaties nodig zijn en hoe vaak. Dit is afhankelijk van de situatie van uw huisdier en zijn omgeving. Wat is de besmettingskans? Hoe agressief is het virus?
Hoe oud is de hond? Het volgende is dan ook in overweging te nemen in uw besluit hoe vaak en waartegen u uw hond wilt enten:

Alleen gezonde honden vaccineren
Een gedegen lichamelijk onderzoek alvorens te vaccineren zou standaard gedaan moeten worden. Indien een hond gezondheidsproblemen heeft, moet men uiterst voorzichtig zijn met vaccineren, daar dit meer ellende dan voordelen op kan leveren.

Niet te jong en niet te oud
Is de hond te jong, dan heeft het waarschijnlijk nog antistoffen van de moeder in het lichaam die de vaccinatie teniet doen. Bij oudere honden kan de aanslag van een vaccinatie op de weerstand grotere gevolgen hebben, daar de weerstand bij oudere honden verminderd.

Dode entstof
Jonge pups, oude honden en gevoelige honden (bijvoorbeeld die eerder een entreactie vertoonden) zouden met dode entstof gevaccineerd kunnen worden. Deze vaccins zijn minder belastend op de afweer. Echter, dode vaccins zijn wel veiliger, maar resulteren in een mindere immuniteit voor een kortere periode.

Niet te vaak
Omdat we de laatste jaren steeds meer te weten zijn gekomen over de reactie van het afweersysteem op vaccinaties, kan het aantal entingen tegen ziektes als bijvoorbeeld hondenziekte verlaagd worden naar eens in de drie jaar. Na 2 – 3 entingen is vaccinatie voor de rest van het leven vrijwel zeker niet meer nodig, vooral niet als de besmettingskans gering is.

Alleen indien nodig
Het valt aan te bevelen niet te enten tegen ziekten, die geen gevaar vormen of een zeer mild verloop hebben.

Reacties vastleggen
Het is van belang om de reacties op een enting, eg. in een periode van 3 – 6 weken na de enting, vast te leggen. Deze informatie kan later van pas komen.

Gevoeligheid verschillende rassen
Bepaalde rassen zijn gevoeliger voor entreacties en/of storingen in het immuunsysteem.

Waarom ent men nog steeds jaarlijks? 
Ten eerste is een vaccinatie niet ouder dan een jaar verplicht indien u uw huisdier wilt onderbrengen in een pension, met uw dier naar een show wilt, met uw dier naar het buitenland wilt of met het dier wilt fokken. De vaccinatieplicht voor deze en andere activiteiten is de laatste jaren veelal strenger geworden in plaats van versoepeld!

Er zit een grote vertraging tussen het moment waarop er in de wetenschap nieuwe vindingen zijn gedaan en de uitvoering in de praktijk. Het kan dus enkele jaren duren voordat praktiserende dierenartsen hun ziens- en handelswijze aanpassen m.b.t. nieuwe inzichten.

Een goede dierenarts wijst u op de voor- en nadelen van het vaccineren van uw huisdier, waarna u zelf kunt besluiten tegen welke ziekten en hoe vaak u uw dier wilt vaccineren. Echter niet alle dierenartsen zijn overtuigd van het feit dat we met veel minder vaccineren toe kunnen en dat vaccineren nadelige gevolgen kan hebben. 

Het afschaffen van de jaarlijkse enting betekent een drastische daling in de inkomsten van vele dierenartsen.
Een dierenarts kan dus economische redenen hebben u niet te adviseren minder te gaan enten.

Ook de farmaceutische industrie verdient goed aan de jaarlijkse enting van uw huisdier en zal niet snel genegen zijn het standpunt van jaarlijks vaccineren te wijzigen.

Zolang een huisdiereigenaar het advies blijft krijgen om jaarlijks te enten omdat dit het beste is voor de gezondheid van het dier, zonder op de gevaren gewezen te worden en zonder geïnformeerd te worden over het feit dat vervolgvaccinaties geen verbeterde immuniteit tegen ziekten oplevert, zal de eigenaar de jaarlijkse enting blijven halen om de ‘bestwil’ van het dier.

Een hond die ziek is (diarree, braken of wat dan ook) en tegen zijn entingdatum aanzit, mag NOOIT in die staat worden geënt. Wacht eerst tot het dier volledig is hersteld en stel het minimaal een aantal weken uit.
Ook is het niet verstandig tegelijkertijd met de enting te ontwormen. Dit mag nooit gelijktijdig gebeuren. Honden op antibioticakuren mogen ook NOOIT tegelijkertijd worden geënt of ontwormd.
Het is verstandig om honden met epilepsie of andere auto-immuunziekten helemaal niet te enten.

 

—————————————————————————————————————————————————————————————————————

 

Mogelijke gevolgen na Rabiës-vaccinatie

 

klachten die kunnen ontstaan en/of… verergeren nadat dieren zijn gevaccineerd tegen Rabiës (hondsdolheid).

Het komt vaak ter sprake wanneer mensen op vakantie gaan en de hond (of kat) mee willen nemen: Rabiës, de enting tegen hondsdolheid.
Het is een verplichte enting voor alle dieren die de grens over gaan. Net als bij andere vaccinaties is het goed om stil te staan bij de werking die het heeft, maar zeker ook de BIJwerkingen die kunnen ontstaan. Wanneer je dierenartsen vraagt naar de veiligheid van een Rabiës-vaccinatie zul je waarschijnlijk horen dat reacties hierop vrij zeldzaam zijn. Dat komt omdat de meeste dierenartsen alleen de acute symptomen herkennen die een paar uur of een paar dagen erna plaatsvinden. Dan kan er nog een verband worden gelegd. Acute symptomen na deze enting kunnen zijn: allergische reacties/shock, zwelling van de kop, jeuk, moeilijke ademhaling of reacties zoals zwelling of abcessen op de plek waar gevaccineerd is.

Als je vraagt of de toevallen van je hond, zijn epilepsie, ontlasting eten, destructieve gedrag of verlatingsangst het gevolg kunnen zijn dan zal dit vaak worden ontkend.
Holistische dierenartsen zullen echter een antwoord hebben. Verschillende homeopathische dierenartsen geven aan dat het aantal gevallen van vaccinosis (klachten na vaccinatie) zeer zeker is toegenomen de afgelopen jaren.

Wat verstaan we onder Rabiës-vaccinosis? Nou, alle mentale, emotionele en fysieke klachten die ontstaan of toegenomen zijn na de vaccinatie tegen Rabiës. Veel dieren vertonen chronische symptomen/klachten die begonnen zijn na het vaccineren. Wat alarmerend is, is dat het in sommige gevallen erfelijk kan zijn. Een pup die niet gevaccineerd wordt tegen Rabiës kan toch symptomen laten zien, omdat hij dit heeft geërfd van zijn ouders. Dit kunnen symptomen zijn die erg diep zitten, en niet alleen op lichamelijk gebied maar ook op mentaal, emotioneel en neurologisch vlak.

De Rabiës-vaccinatie kan, doordat een heel klein deel Rabiës-virus wordt ingespoten, juist de symptomen veroorzaken die bij deze ziekte horen. Vaak zien we het echter op heel kleine schaal en wordt het niet als zodanig herkend.

Veel Rabiës-vaccinosis symptomen zijn dingen waarvan mensen denken dat het nou eenmaal bij hun hond hoort: hij is gewoon zo. Of het is een aandachts- of gedragsprobleem…

De meest voorkomende symptomen na Rabiës-vaccinatie is verandering in gedrag. We zien meer agressie (korter lontje), overreactief gedrag of angstiger gedrag, bang om alleen te zijn of juist ander gedrag bij alleen zijn. Ook steeds mogelijkheden zoeken om te kunnen ontsnappen is een symptoom wat kan gaan optreden.

Het eten van ongepaste dingen als stenen, hout of ontlasting wordt vaak gezien als gedragsprobleem of een tekort in de voeding, maar we zien dit vaak ontstaan na de vaccinatie tegen Rabiës. Vernielzucht (bedden verscheuren, meubels vernielen) is eveneens een veel genoemde klacht. Honden die lijden aan hondsdolheid bijten veel op zichzelf, ze maken zichzelf letterlijk kapot. We zien hierin de vergelijking met honden die hun eigen staart of poten kapot bijten na vaccineren.

Er wordt vaak gedacht dat vaccinaties niet echt een rol spelen bij hartziektes, maar onderzoek in Amerika heeft laten zien dat een aanzienlijke hoeveelheid honden mitralisklep-insufficiëntie (lekkende hartklep) of aandoeningen van de hartspier kregen na de vaccinatie tegen Rabiës.

Andere symptomen die we kunnen zien spelen zich af op het gebied van de ogen: problemen als conjunctivitis (bindvliesontsteking), rode ogen, ontstoken ogen of te droge ogen. Dit laatste kan leiden tot een chronische klacht, waarbij de auto immuniteit een belangrijke rol speelt (disfunctie van de traanbuis). Bij Rabiës-vaccinosis speelt ook reversed sneezing een rol. het wordt veel gezien bij kleine rassen, maar ook bij de grotere honden kan dit ontstaan. Het lijkt alsof de hond stikt, alsof de luchtwegen dicht zitten.

Rabiës-vaccinatie kan verschillende soorten verlammingen geven. Na vaccinatie verliest het dier de controle over zijn poten of worden problemen ervaren rondom de wervelkolom. Ook zien we een toename van degeneratieve myelopathie, een progressieve neurologische aandoening van het ruggenmerg. Er kan controleverlies plaatsvinden over de spieren in het gezicht waardoor er niet meer gekauwd kan worden of het eten niet kan worden doorgeslikt, en water alleen nog naar binnen kan worden geslobberd door neurologische afwijkingen.

Het ontstaan van epilepsie of toename van het aantal aanvallen hiervan zijn ook symptomen die vaker worden genoemd. Daarnaast kunnen er ook toevallen optreden waarbij het dier gedesoriënteerd is of spontaan in elkaar zakt.

Honden kunnen watervrees krijgen (hydrofobie) of ineens angst laten zien bij het lopen over glimmende oppervlakken. Angst voor fel licht hoort hier ook bij. Andere dieren raken geobsedeerd door water of glinsterende dingen, of ze jagen bewegend licht na.

Als we nog kijken naar andere symptomen die horen bij de ziekte hondsdolheid dan zien we dat na de vaccinatie hiertegen ook de volgende veranderingen worden genoemd: het continu volgen van de eigenaar, steeds fysiek contact willen, rusteloosheid, onvriendelijkheid of uitvallen naar andere mensen of honden (soms zelfs blinde woede), wantrouwen naar vreemden, hysterie, vijandigheid, extreem blaffen, slechte eetlust, slechter zicht, extreem aarde eten, toegenomen seksuele driften, onregelmatige hartslag, heesheid en overmatig alert zijn.

Het vertonen van bovenstaande symptomen wil natuurlijk niet per definitie zeggen dat het automatisch veroorzaakt is door de vaccinatie tegen Rabiës, maar het is wel de moeite waard er naar te kijken wanneer u het vermoeden heeft. Klachten die zomaar uit het niks ontstaan lijken te zijn, complete gedragsveranderingen, uw dier is zichzelf niet meer, zo zijn er veel dingen op te noemen die verklaard zouden kunnen worden.
Bovendien is het misschien goed om niet gelijk bij de eerste vaccinatie van een dier te zeggen ‘we doen alles maar, je weet maar nooit wanneer het van pas komt’..

 

 ____________________________________________________________________________________________________________________

 

 LEPTOSPIROSE, ZIEKTE VAN WEIL

 

De vaccinatie tegen de ziekte van Weil (L4) wordt standaard jaarlijks gegeven aan honden.
Voordat u besluit om uw hond te laten vaccineren is het belangrijk om te weten hoe waarschijnlijk het is dat uw hond een Lepto besmetting zou kunnen oplopen. Want de Lepto vaccinatie is een van de meest belastende en risicovolle vaccinaties voor honden vanwege de soort vaccinatie en de mogelijke bijwerkingen. Het is belangrijk om u hiervan bewust te zijn als u een keuze maakt om deze vaccinatie  wel of niet te geven.

De ziekte Leptospirose wordt verspreid door Leptospira bacteriën. Deze worden overgebracht door urine van geïnfecteerde dieren. Ratten zijn de belangrijkste dragers maar ook honden, varkens en zelfs paarden kunnen de bacterie bij zich dragen. De bacterie komt via geïnfecteerde urine in water en in de bodem terecht en kan daar weken tot maanden overleven. Honden lopen een risico op Lepto besmetting als ze een wondje of beschadigde huid hebben en dan in contact komen met de bacterie door besmet water te drinken of erin zwemmen.

RISICO’S
Vaccinaties tegen bacteriën zoals Lepto werken korter en slechter dan vaccinaties tegen virussen zoals de DHP (Distemper, Hepatitis en Parvo). Het is een dood vaccin, dat wil zeggen dat er geen intacte ziekteverwekkers in zitten. Het immuunsysteem reageert  hier niet voldoende op en daarom zijn er aan dode vaccins stoffen (adjuvans) toegevoegd om het immuunsysteem aan te zetten tot het aanmaken van antistoffen.
Dode vaccins werken maar kort en moeten daarom binnen een aantal weken geboosterd worden. De eerste vaccinatie werkt een week of 3-4 en moet dan nog een keer herhaald worden om een hoger aantal antilichamen te verkrijgen gedurende langere tijd. De L4 wordt meestal twee keer gegeven aan pups op de leeftijd van 9 en 12 weken en kan heel belastend zijn voor het nog niet volgroeide immuunsysteem van een pup.

Als een hond op een natuurlijke manier een besmetting oploopt gebeurt dit meestal via de slijmvliezen van ogen, mond, neus of het maag-darmkanaal. Die slijmvliezen vormen al een deel van de barrière en zorgen er in de meeste gevallen voor dat de ziekteverwekker het lichaam niet in komt. Bij een vaccinatie worden de ziektekiemen of delen daarvan ingespoten en worden een aantal stappen in de natuurlijke afweer overgeslagen. Een dier loopt normaal maar 1 ziekte tegelijk op, maar bij de 3-jaarlijkse vaccinatie worden er gemiddeld wel 7 (!) tegelijk ingespoten omdat de L4 wordt gebruikt om de DHP vaccinatie in op te lossen, zodat een hond een combinatie van 4 bacteriën en 3 virussen geïnjecteerd krijgt. Sommige dierenartsen geven op hetzelfde moment dan ook nog Kennelhoest en Rabiës: een onmogelijke hoeveelheid ziekteverwekkers in één keer.

Een vaccin is altijd een beetje verontreinigd met de voedingsbodem waar de ziektekiemen op gekweekt zijn. Dit zijn voor het lichaam vreemde eiwitten waar het immuunsysteem ook op reageert. En om het vaccin goed te houden wordt er een conserveermiddel aan toegevoegd.
Dit geheel is een flinke belasting voor het immuunsysteem.

Sinds de wijziging van het Lepto vaccin van 2 naar 4 serovars in 2013 zijn er een flink aantal eigenaren die negatieve bijwerkingen rapporteren hierover. Ik heb bij een aantal dierenartsen nagevraagd of zij in hun praktijken meldingen krijgen van problemen met het Lepto 4 vaccin. Zij zeggen allen van niet, maar zij gaan uit van een klacht die ontstaat binnen maximaal 24 uur na toediening.

De meest voorkomende gemelde bijwerkingen na toediening van de Lepto 4 vaccinatie:
Nier schade, onbehandelbare huidontstekingen, verhoogd risico op kanker door de toevoegingen in het vaccin, braken en diarree, allergieën, astma, atopische reacties, anafylactische shock, immuun gerelateerde ziektes en overlijden.

WAT ZIJN DE SYMPTOMEN VAN LEPTOSPIROSE?
De klinische symptomen van een Leptospirose infectie hangen af van de algehele gezondheidstoestand en leeftijd van uw hond. De symptomen openbaren zich 4-12 dagen na blootstelling aan de bacterie: koorts, spierpijn, overgeven, diarree, verlies van eetlust, sloomheid en bloed in de urine. Lepto tast voornamelijk de nieren en lever aan, hierdoor kunnen huid en oogwit gelig worden.

HOE GROOT IS DE KANS DAT UW HOND LEPTOSPIROSE KRIJGT?
Er zijn ongeveer 230 serovars voor Leptospirose. Daarvan komen er een stuk of 15 voor in Nederland, zeven hiervan zijn ziekteverwekkend en sinds 2013 zitten er 4 in het vaccin. Maar als een ongevaccineerde hond in aanraking is gekomen met een Leptospirose bacterie wil dit niet zeggen dat hij ook daadwerkelijk ziek zal worden. Het is zelfs zo dat veel honden geen ziektesymptomen vertonen. Van de honden die wel symptomen vertonen overlijden er ongeveer 10%.
In de USA is er een studie gedaan bij 33.000 honden waarvan 8% anti lichamen bleek te hebben tegen Lepto. Zij hadden de infectie zelf overwonnen. Uit deze studie kwam echter ook naar voren dat een aantal honden die gediagnosticeerd werden als lijdend aan Leptospirose, helemaal geen Lepto hadden.

HOE KAN DAT?
Op het moment dat een hond recent gevaccineerd is tegen Lepto beïnvloedt dit de diagnostische bloedonderzoeken. Als u met uw zieke hond naar de dierenarts gaat en hij wordt getest op Lepto en de hond is hier recent tegen gevaccineerd, dan test hij positief op Lepto. Of hij de ziekte nu daadwerkelijk heeft of niet. De gebruikelijke bloedtesten kunnen het verschil niet laten zien tussen antistoffen uit het vaccin en de echte ziekte. Dit kan wel met een speciale bloedtest zoals deze uitgevoerd wordt op de Universiteitskliniek in Utrecht, hiermee kunnen antistoffen aangetoond worden. Voordat dit gedaan wordt zijn er echter meestal al kostbare dagen verloren gegaan.

Judith de Cava schrijft in haar boek: “Vaccination: Examining the Record”:
“Geeft u de vaccinatie niet dan heeft uw hond een kleine kans op het oplopen van de ziekte.
Geeft u de vaccinatie wel dan loopt uw hond een klein risico om de ziekte te krijgen en een aanzienlijke kans op vaccinatieschade”.

Dr Ronald Schultz, professor, PhD, immunoloog: “Ik zie nog steeds een groot percentage (30%) honden die niet beschermd zijn na het L4 vaccin. Daarnaast veroorzaakt het Leptospirose vaccin, van alle bacteriële vaccins, de meeste bijwerkingen. Het vaccin biedt maar 3 tot 12 maanden bescherming”.

De WSAVA (World Small Animal Veterinary Association) zegt in zijn richtlijnen het volgende over het Lepto vaccin:
* “Het Leptospirose vaccin hoort niet standaard in het vaccinatieschema en is met nadruk géén core vaccinatie, dat wil zeggen dat deze vaccinatie niet standaard jaarlijks gegeven zou moeten worden. Er dient per land en per individu bekeken te worden hoe groot de infectiedruk en het risico op besmetting is. Dit is o.a. afhankelijk van het leefgebied van de hond en zijn leefgewoonten.”
* “De aanwezigheid van antilichamen na Lepto vaccinatie is maar voor een beperkt aantal maanden gegarandeerd, variërend van 3 tot 12 maanden en de effectiviteit is vaak minder dan 70%”.
* Het advies is om de Lepto vaccinatie niet voor de leeftijd van 12 weken te geven. Dit is een ander advies en een andere werkwijze dan het huidige beleid van Nederlandse dierenartsen. Zij gebruiken standaard de vloeistof van de L4 vaccinatie om de DHP vaccinatie voor Parvo, Hepatitis en Hondenziekte in op te lossen, ook bij pups vanaf 9 weken. Veel dierenartsen melden dit niet aan de eigenaar of zeggen dat de DHP vaccinatie niet anders toegediend kan worden dan opgelost in de L4 vaccinatie. Dit is niet zo. Hiervoor kan een fysiologisch zoutoplossing gebruikt worden maar daar moet u als eigenaar wel zelf bij de dierenarts om vragen.

BELANGRIJKE OVERWEGINGEN voor u besluit of u de Lepto vaccinatie wel of niet aan uw hond(en) laat geven:
* Hoeveel risico loopt uw hond nu echt? Hoeveel honden worden er jaarlijks ziek of overlijden ten gevolge van Leptospirose, welke cijfers zijn er bekend en waar zijn die te vinden? Er is voor dieren geen meldingsplicht voor de ziekte. Schattingen gaan uit van 30-100 ziektegevallen per jaar.
* Hoeveel honden die ziek werden waren wel, en hoeveel waren er niet gevaccineerd. Welke bacterie was verantwoordelijk voor de ziekte, een van de 4 in de vaccinatie of een andere die niet in de vaccinatie zit?
* Waarom worden alleen honden gevaccineerd? Ook mensen kunnen de ziekte van Weil krijgen maar zelfs mensen in hoog risicoberoepen zoals rattenvangers, grond- en slootwerkers en boeren worden niet gevaccineerd. Paarden, koeien, schapen en andere zoogdieren kunnen ziek worden en worden niet gevaccineerd.
* Een vaccin tegen virussen beschermt tegen virale infecties zoals Parvo, Hepatitis en Hondenziekte doordat het lichaam als reactie op het toegediende vaccin antistoffen aan gaat maken tegen deze ziektes. Het bacteriologische Lepto vaccin vermindert alleen de ernst van symptomen als de hond in aanraking komt met de bacterie en ziek wordt. Het voorkomt de ziekte zelf niet! Dit staat zelfs genoemd in de bijsluiters van de verschillende Lepto vaccinaties: “voor het verminderen van infectie en uitscheiding via de urine…”
* Men zegt dat de ziekte van Weil niet te titeren is, dwz dat de antistoffen wel te meten zijn maar deze verdwijnen vrij snel uit het lichaam. Hoe weet u dan dat uw hond op dat moment nog wel beschermd is? De fabrikant stelt dat de werkingsduur van de L 4 vaccinatie tegen Leptospirose / ziekte van Weil een geldigheidsduur heeft van een jaar. Onderzoeken in Amerika hebben uitgewezen dat de werkingsduur varieert van ongeveer 3 tot 12 maanden.
* De WSAVA, de overkoepelende organisatie met betrekking tot vaccineren, raadt aan om pups de L4 pas vanaf de leeftijd van 12 weken te geven omdat deze vaccinatie belastend is voor het nog niet volgroeide immuunsysteem van een pup. In Nederland worden pups standaard gevaccineerd met de L4 vanaf de leeftijd van 9 weken. U kunt er voor kiezen om uw pup later te vaccineren en in ieder geval niet tegelijkertijd met een DHP of eventuele Rabiës vaccinatie.

Het besluit om wel of niet tegen Leptospirose te vaccineren is een afweging die voor iedere hond en iedere eigenaar een individuele keuze zou moeten zijn. Het is goed om u bewust te zijn van de beperkingen die deze vaccinatie heeft in duur en bescherming, de officiële adviezen van de WSAVA en of uw hond daadwerkelijk een verhoogd risico loopt.

Helaas is het dus nog niet mogelijk een titerbepaling af te nemen voor Leptospirose. Het is wel mogelijk om uw hond indien nodig te beschermen door middel van homeopathische profylaxe.

HOMEOPATHISCHE PROFYLAXE
De overweging om uw hond wel of niet te laten vaccineren tegen Leptospirose is een individuele beslissing. Voor een boerderij, sport of jachthond kunnen de omstandigheden anders zijn dan voor een hond in de stad. Als u besloten heeft uw hond niet te laten vaccineren tegen Leptospirose maar u wilt hem toch beschermen dan bestaat de mogelijkheid om zijn afweersysteem te versterken door middel van Homeopathische Profylaxe.

HOE WERKT HOMEOPATHISCHE PROFYLAXE
Deze vorm van preventie tegen besmettelijke ziektes bestaat uit het geven van homeopathisch gepotentieerde middelen die gemaakt worden van ziekteverwekkers, de zogenoemde nosodes.
Deze manier van behandelen is geen “homeopathisch vaccineren”, maar homeopathisch immuniseren.

Het immuunsysteem werkt niet alleen via antistoffen, ook geheugencellen spelen een belangrijke rol in het adequaat reageren op een ziekteverwekker. Deze geheugencellen hebben als het ware een databank met informatie over ziekteverwekkers. Als er een virus of bacterie in het systeem terecht komt dan onderzoekt de geheugencel of het deze indringer al eens eerder heeft gezien. Als dat het geval is dan wordt het lichaam aangezet om op dezelfde effectieve manier als de vorige keer te reageren, bijvoorbeeld met het aanmaken van passende antistoffen. HP zorgt er dus niet voor dat het dier de ziekte niet kan krijgen maar het levert aan de databank van de geheugencel een plaatje, zonder dat de daadwerkelijke ziekteverwekker langs is geweest.
Er worden in deze fase van het proces nog geen antistoffen aangemaakt.

Als een hond de HP voor Leptospirose heeft gehad en er komt een Lepto bacterie in het lichaam van de hond terecht, dan wordt deze herkend en op dat moment kunnen er snel afweerstoffen gemaakt worden tegen deze bacterie. Een stuk sneller dan je kunt verwachten van een (niet gevaccineerde) hond die de ziekte niet eerder heeft doorgemaakt. Een volkomen natuurlijke manier van reageren waarbij de omgeving in veel gevallen niet eens zal merken dat er sprake is geweest van besmetting. Als je deze hond zou onderzoeken op antistoffen tegen Leptospirose dan zullen deze aangetroffen worden, niet als gevolg van de HP maar omdat het lichaam op adequate wijze een Lepto besmetting heeft afgeweerd.

In Australië heeft homeopathisch arts Dr. Isaac Golden
zich vanaf 1985 gespecialiseerd in het geven van homeopathische middelen ter preventie van potentieel gevaarlijk (kinder)ziekten. In diverse boeken en publicaties rapporteert hij over zijn onderzoeken en die van anderen die aantonen dat homeopathische profylaxe, dus het geven van homeopathische middelen, een net zo hoge effectiviteit heeft als een vaccin. In 2004 promoveerde hij aan de Medische faculteit van de Swinburne University in Melbourne op zijn onderzoek naar homeopathische profylaxe.

Christopher Day, een Engelse dierenarts heeft veel ervaring opgedaan met het gebruik van HP en claimt goede resultaten. Hij heeft verschillende onderzoeken gepubliceerd waaruit blijkt dat deze preventieve manier van voorschrijven daadwerkelijk werkt. Deze zijn terug te vinden op zijn site www.alternativevet.org.
Als u wilt voorkomen dat uw hond Leptospirose krijgt en u kiest er voor uw hond niet te laten vaccineren, dan is HP een methode die bescherming geeft zonder de schadelijke gevolgen van het vaccin.

Diane Sari

ZimaDier en Homeopathie
Johan Poststraat 39
7918AB Nieuwlande

Bronnen:
www.rivm.nl
www.wsava.org
www.dogsnaturallymagazine.com/leptospirosis-vaccine/
www.dogsnaturallymagazine.com/leptospirosis-vaccine-side-effects/
www.vaccicheck.nl
https://www.catherineodriscoll.com/what-vets-dont-tell-you-about-vaccines.html
https://www.dogsnaturallymagazine.com/vaccine-catherine-odriscoll/
http://nvkp.nl/veel…/zijn-er-alternatieven-voor-vaccinaties/
www.alternativevet.org
http://peterdobias.com/…/11014173-study-on-duration-of-immu…
http://www.orthomedique.nl/…/16-wetenschap-van-vaccinatiesc…
http://www.diergeneeskundigcentrum.nl/hond/entingen
http://nvkp.nl/faq/wat-zijn-vaccins/
http://www.dogsnaturallymagazine.com/lifelong-immunity-aaha/
http://www.dogsnaturallymagazine.com/puppy-vaccinat



Comments are closed.